Maandelijks archief: april 2015

Aspergetaartjes met ricotta

Aspergetaart met ricotta

Ik ben dol op asperges, en verheug me iedere lente weer op het witte goud, de koningin onder de groenten. Ik heb dan ook het geluk, dat ik in Limburg woon, en ze gewoon langs de weg bij een boer kan kopen. Vers van het land. Ik zal ook nooit buiten het seizoen witte asperges eten. Dat doe je gewoon niet. De groene asperges daarentegen, zijn een ander verhaal. Die zijn het hele jaar goed verkrijgbaar en ontzettend veelzijdig. Ik kan me ook voorstellen, dat er mensen zijn, die niet van witte asperges houden (nou ja, eigenlijk kan ik me dat niet voorstellen ;-) ), maar die groene asperges wellicht wel kunnen waarderen. Deze zijn wat steviger van structuur, zoals een broccolistronkje, met een hardere beet.

In deze koninklijke week, leek me een aspergegerecht wel leuk. Binnenkort een gerecht met de witte, nu eerst de groene. Het is een heel makkelijk gerecht, wat je als lunch, voorgerecht, of antipasti zou kunnen serveren.

Ik heb één lange taart gemaakt, en deze later in porties gesneden. Je kunt ook op voorhand al kleinere 1-persoons bladerdeegbakjes maken. De vierkante diepvriesvellen zijn daarvoor heel geschikt. Je kunt de spinazie en knoflook ook weglaten, voor een snellere variant. Dat is het oorspronkelijke recept uit “Magnifico” van Gino D’Acampo.

Aspergetaartjes met ricotta

Ingrediënten voor 4-6 personen:
1 rol vers bladerdeeg, gehalveerd in de lengte (je hebt maar 1 helft nodig)
200 gr ricotta
1 knoflookteen, gesnipperd
200 gr verse spinazie
40 gr versgeraspte parmezaan of pecorino
10 zongedroogde tomaten op olie, uitgelekt en fijngehakt
Ca. 20 groene asperges
2-3 lenteuitjes, in fijne ringetjes gesneden
Zout en versgemalen zwarte peper

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200ºC.
Snijd het houterige uiteinde van de asperges en halveer ze.
Halveer de lap bladerdeeg in de lengte, zodat je een lange smalle lap overhoudt.
Leg het deeg op een bakplaat, op bakpapier.
Kerf een iets kleinere rechthoek in het deeg, waar de aspergestukken in passen. Snijd het deeg niet helemaal door. Kerf de randen van het deeg met de achterkant van een mes in een kruispatroon in.

Bak het deeg circa. 15 minuten in het midden van de oven, tot het iets opgezwollen en lichtbruin is. Neem hem uit de oven, laat iets afkoelen en druk het gerezen “venster” iets platter met een vork, zodat je een bakje overhoudt.

Maak, terwijl het deeg in de oven staat, het ricottamengsel:
Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan. Voeg de knoflook en spinazie toe en laat deze slinken. Haal uit de pan en laat afkoelen op een snijplank. Hak de spinazie fijn. Meng deze met de ricotta en de parmezaan. Spatel de zongedroogde tomaatjes erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verdeel het ricottamengsel over het venster van het deeg.
Leg de asperges erop en druk ze een beetje in de ricotta. Besprenkel de asperges met olijfolie en bak de taart 20 minuten. Snijd de taart in repen. Bestrooi met ringetjes lenteui en dien heet, of op kamertemperatuur op.

De lekkerste brownies

De lekkerste brownies

Een paar weken geleden was er op de school van mijn kinderen een voorjaarsmarkt. Het doel was het inzamelen van gelden voor de aanschaf van nieuwe speeltoestellen voor op het schoolplein. De kinderen hadden vanalles geknutseld en er zou tevens een kraam zijn, waar koffie en gebak verkocht zou worden. En dus werden er ouders gezocht, die wilden bakken. Tja…, dat hoef je tegen mij maar één keer te zeggen! Er werd verzocht om cakes en cupcakes…en dus bakte ik citroentulbandcake, havermoutabrikozenplaatkoek, chocolade-hazelnootpastacupcakes, volkoren appelkruimelcake, blauwe bessenmuffins én brownies! En volgens juf Mayke, de lékkerste brownies, die ze ooit gegeten had! En dus verdienen deze brownies zeker een plaats op het blog.
Juf Mayke vroeg me, wat het geheim achter deze brownies was. En het eerste wat ik zei, was: “goede chocolade!”. Zoals altijd is de kwaliteit van je ingrediënten van belang. Gebruik dan ook goede kwaliteit chocolade, (met een cacaopercentage tussen 55 en 70). Wellicht kun je ook de te veel ingekochte of gekregen paaseitjes gebruiken, die je nog steeds zo verleidelijk aankijken vanaf het bonbonschaaltje op de salontafel :-) .

Het recept is afkomstig uit “Het grote Larousse Chocoladeboek”. Uiteraard heb ik het een beetje aangepast. Larousse gebruikt, zoals in de VS gangbaar, pecannoten. Ik heb deze vervangen door hazelnoten. Ten eerste, omdat ik die in huis had, ten tweede, omdat ik vind dat pecannoten minder smaak hebben dan hazelnoten en ten derde omdat de combinatie chocolade-hazelnoot natuurlijk een gegarandeerd succes is. Bovendien heb ik de rietsuiker vervangen voor donkerbruine basterdsuiker.

Ingrediënten, voor 12 stukken:

125 gr extra pure chocolade (met 55-70% cacao)
225 gr roomboter
4 eieren
125 gr rietsuiker of donkerbruine basterdsuiker
125 gr fijne kristalsuiker
50 gr gezeefde bloem
20 gr gezeefde, ongezoete cacaopoeder
100 gr in stukjes gehakte hazelnoten of pecannoten.

Bereidingswijze:

Verwarm de oven voor op 170ºC. Bekleed een vierkante bakvorm van 20x20cm met bakpapier.
Hak de chocolade fijn en smelt de stukje samen met de boter au bain-marie. Roer voorzichtig met een spatel. Laat het niet te heet worden en eventueel weer wat afkoelen.

Klop de eieren met de twee soorten suiker flink luchtig in een afzonderlijke kom, totdat de bereiding dikker wordt en schuimig is. Roer er daarna het chocolade-botermengsel door. Voeg vervolgens de gezeefde bloem en cacaopoeder toe, en als laatste de gehakte noten. Roer goed door elkaar met een spatel.

Schenk de massa in de vorm en bak vervolgens ca. 40-45 min.*
Laat de brownie afkoelen op een rooster. Snijd er daarna 12 rechthoeken van. Snijd eventueel de wat droge zijkanten eraf, zodat alle stukken vier snij-zijdes hebben. Luchtdicht verpakt zijn ze zeker een week houdbaar… als ze zolang blijven liggen…

* Het originele recept geeft een baktijd aan van 30 minuten. Bij mij was de brownie toen echter nog lang niet gaar. Het midden was nog vloeibaar. Ik had 45 minuten nodig. Maar iedere oven is anders. Dus test vooral met een saté-prikker, breinaald of mes, of die er droog uitkomt.