Categorie archief: Voorgerecht

Aspergetaartjes met ricotta

Aspergetaart met ricotta

Ik ben dol op asperges, en verheug me iedere lente weer op het witte goud, de koningin onder de groenten. Ik heb dan ook het geluk, dat ik in Limburg woon, en ze gewoon langs de weg bij een boer kan kopen. Vers van het land. Ik zal ook nooit buiten het seizoen witte asperges eten. Dat doe je gewoon niet. De groene asperges daarentegen, zijn een ander verhaal. Die zijn het hele jaar goed verkrijgbaar en ontzettend veelzijdig. Ik kan me ook voorstellen, dat er mensen zijn, die niet van witte asperges houden (nou ja, eigenlijk kan ik me dat niet voorstellen ;-) ), maar die groene asperges wellicht wel kunnen waarderen. Deze zijn wat steviger van structuur, zoals een broccolistronkje, met een hardere beet.

In deze koninklijke week, leek me een aspergegerecht wel leuk. Binnenkort een gerecht met de witte, nu eerst de groene. Het is een heel makkelijk gerecht, wat je als lunch, voorgerecht, of antipasti zou kunnen serveren.

Ik heb één lange taart gemaakt, en deze later in porties gesneden. Je kunt ook op voorhand al kleinere 1-persoons bladerdeegbakjes maken. De vierkante diepvriesvellen zijn daarvoor heel geschikt. Je kunt de spinazie en knoflook ook weglaten, voor een snellere variant. Dat is het oorspronkelijke recept uit “Magnifico” van Gino D’Acampo.

Aspergetaartjes met ricotta

Ingrediënten voor 4-6 personen:
1 rol vers bladerdeeg, gehalveerd in de lengte (je hebt maar 1 helft nodig)
200 gr ricotta
1 knoflookteen, gesnipperd
200 gr verse spinazie
40 gr versgeraspte parmezaan of pecorino
10 zongedroogde tomaten op olie, uitgelekt en fijngehakt
Ca. 20 groene asperges
2-3 lenteuitjes, in fijne ringetjes gesneden
Zout en versgemalen zwarte peper

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200ºC.
Snijd het houterige uiteinde van de asperges en halveer ze.
Halveer de lap bladerdeeg in de lengte, zodat je een lange smalle lap overhoudt.
Leg het deeg op een bakplaat, op bakpapier.
Kerf een iets kleinere rechthoek in het deeg, waar de aspergestukken in passen. Snijd het deeg niet helemaal door. Kerf de randen van het deeg met de achterkant van een mes in een kruispatroon in.

Bak het deeg circa. 15 minuten in het midden van de oven, tot het iets opgezwollen en lichtbruin is. Neem hem uit de oven, laat iets afkoelen en druk het gerezen “venster” iets platter met een vork, zodat je een bakje overhoudt.

Maak, terwijl het deeg in de oven staat, het ricottamengsel:
Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan. Voeg de knoflook en spinazie toe en laat deze slinken. Haal uit de pan en laat afkoelen op een snijplank. Hak de spinazie fijn. Meng deze met de ricotta en de parmezaan. Spatel de zongedroogde tomaatjes erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verdeel het ricottamengsel over het venster van het deeg.
Leg de asperges erop en druk ze een beetje in de ricotta. Besprenkel de asperges met olijfolie en bak de taart 20 minuten. Snijd de taart in repen. Bestrooi met ringetjes lenteui en dien heet, of op kamertemperatuur op.

Gekarameliseerd witlof met serranoham

gekarameliseerd witlof

Is het je wel eens opgevallen, dat Nederland zo’n beetje het enige land ter wereld is, waar twee keer per dag brood gegeten wordt? En dat terwijl de alternatieven zo veel lekkerder zijn! En dan ook niet eens het lekkerste brood. Niet van dat stevige smaakvolle (zuurdesem)brood wat je in bijvoorbeeld Italië of Frankrijk krijgt. Nee, van dat slappe super luchtige brood, waar je 10 sneeën van op kunt en nog honger hebt. Ik probeer steeds vaker zelf brood te bakken, maar heb er ook niet elke dag of week de tijd voor. Tegelijkertijd probeer ik wel om minder brood te eten, want dat zou gezonder zijn volgens de nieuwe voedingsleren. Ik ontbijt vaak met havermout of quinoa en zoek alternatieven voor de lunch. En dat is helemaal niet zo moeilijk als je soms denkt. In het voorjaar en de zomer eet ik graag een salade, en in de winter eet ik bijvoorbeeld een groentegerecht, wat ook als bijgerecht of voorgerecht bij een diner zou kunnen dienen. Zo ook dit witlofgerecht. Een gerecht met de traditionele combinatie witlof, ham en kaas, maar net even anders.

Als bijgerecht kun je 1 stronk witlof, dus twee helften, per persoon rekenen. Als lunchgerecht drie of vier helften. Je kunt het ook heel goed van tevoren klaarmaken. Zet het klaar in een ovenschaal en pas in de oven vlak voor je het gaat opdienen.

Voor- of bijgerecht voor 6 personen

Ingrediënten:
6 struikjes witlof, overlangs doormidden gesneden
40 gr boter
4 tl fijne kristalsuiker
50 zuurdesembroodkruim (ik heb dit vervangen door havermout)
70 gr Parmezaanse kaas, vers geraspt
2 el tijmblaadjes
120 ml slagroom
12 dunne plakken serranoham
Olijfolie om te besprenkelen
2 tl fijngesneden bladpeterselie (naar keuze)
Grof zeezout en zwarte peper

Bereidingswijze:
Verhit de oven tot 200ºC. Karameliseer het witlof: dit zul je waarschijnlijk in 2 of 3 porties moeten doen, afhankelijk van het formaat van je grootste koekenpan. De halve struikjes moeten niet te dicht op elkaar in de pan liggen. Als je ze in 2 porties verwerkt, doe je eerst de helft van de boter met de helft van de suiker in de koekenpan en zet hem op halfhoog vuur. Roer alles door elkaar. Leg zodra de boter gaat borrelen 6 halve struikjes witlof op het snijvlak in de pan en bak ze in 2-3 minuten goudbruin. Je moet ze misschien iets aandrukken. Maak je geen zorgen als de boter bruin wordt.
Haal de struikjes uit de pan en verwerk de overgebleven 6 halve struikjes witlof op dezelfde manier met de resterende boter en suiker.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de struikjes lof erop met de gekarameliseerde kant naar boven. Bestrooi ze met wat zout en peper.

Vermeng het broodkruim (of havermout) met Parmezaan, tijm, slagroom, ¼ theelepel zout en royaal versgemalen peper. Verdeel dit mengsel over de struikjes lof en leg er een plak ham overheen. Zet de bakplaat 15-20 minuten in de oven tot het lof zacht aanvoelt als je er n spies in steekt. Serveer heet of warm, besprenkeld met wat olijfolie en eventueel bestrooid met de gehakte peterselie.

Bron: Ottolenghi Het Kookboek

gekarameliseerd witlof

Pompoen Wortel Gnocchi

pompoen gnocchi

Dit keer weer een gnocchi recept. Buiten het feit, dat het ook een soort deegballetjes zijn, valt deze qua smaak absoluut niet te vergelijken met de aardappelgnocchi alla Sorrentina. Deze is veel zoeter van smaak en zachter van structuur. Het was een eigen uitprobeersel. Persoonlijk vond ik ze té zoet, maar hé, over smaak valt niet te twisten, toch? Daarom wil ik het toch graag met jullie delen.

Ingrediënten:
Voor 6-8 personen

Gnocchi:
650 gram pompoenvlees, zonder schil en zaadlijsten
300 gram winterpeen
2 eieren
75 gr hazelnoten
200 gr bloem
100 gram versgeraspte parmezaanse kaas + extra ter garnering
Peper en zout

Saffraansaus:
50 gr boter
25 gr bloem
250 ml koude melk
Buisje saffraan
Peper en zout

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200ºC. Schil de pompoen en wortels. Verwijder de zaadlijsten en pitten van de pompoen. Snijdt de pompoen en wortels in blokjes van ca. 3 x 3 cm en leg ze in een ovenschaal. Rooster ze in een voorverwarmde oven ca. 40 min op 200ºC.

Rooster de hazelnoten in een droge koekenpan. Laat ze afkoelen. Maal in een foodprocessor tot meel. Voeg pompoen, wortel, eieren, bloem, peper en zout toe en meng tot een gladde massa.
Indien je geen foodprocessor hebt, kun je pompoen en wortel met een vork prakken of door een pureeknijper halen. Maal de noten in een staafmixermolentje. Meng vervolgens met de overige ingrediënten.
Voeg als laatste de parmezaanse kaas toe. Het mengsel moet niet te nat zijn. Voeg eventueel nog een beetje bloem toe.

Laat het mengsel 30 minuten staan. Maak intussen de saus:
Smelt de boter in n steelpan, voeg de bloem toe en roer goed door. Laat de bloem even garen door ca. 2 minuten te bakken. Als de bloem zich begint af te zetten aan de bodem van de steelpan, voeg je de melk in delen toe. Roer telkens door tot je een gladde massa hebt en voeg dan pas weer een scheut melk toe. Zo voorkom je klonten. Breng op smaak met saffraan, peper en zout en laat nog 5 minuten koken.

Vorm de gnocchi telkens met twee lepels en laat ze in het water glijden.
Kook de gnocchi in gezouten water, wat net tegen de kook aan is, tot ze boven komen drijven. Dit duurt slechts n paar minuten. Haal ze met een schuimspaan uit het water.

Dien op met de bechamelsaus en wat extra Parmezaan.

pompoen gnocchi

Nog een “witte soep”: Knolselderij- Pastinaakcrèmesoep

Knolselderij Pastinaak Crèmesoep

Mijn kindjes waren vol enthousiast van de bloemkool-gorgonzolasoep van vorige week. Ze bleven maar vragen wanneer ik weer “witte soep” ging maken. Terwijl ik in de supermarkt op de groenteafdeling liep, viel mijn oog op pastinaak. Ik wist, dat ik nog een knolselderij in de koeling had liggen en besloot spontaan knolselderij-pastinaaksoep te maken. Ik wil de kinderen graag zo veel mogelijk verschillende groenten laten eten en soep is een ideale manier. Ik merk bovendien, dat ze het prettig vinden, wanneer ik meerdere groenten combineer in een gerecht. Ze proeven dan niet zo zeer de smaak van één specifieke groente, waar ze soms moeite mee hebben. De toevoeging van slagroom maakt de smaak ook wat milder en prettiger voor veel kids.

Voor 4 personen:

2 Ingrediënten:
eetlepels olijfolie
1 ui, fijngesnipperd
½ knolselderij, in blokjes
1 schaaltje pastinaak, ca. 500 gr, geraspt en in blokjes
1 liter groentebouillon
2 laurierblaadjes
1 takje rozemarijn, gerist en gehakt
100 ml slagroom
100 gr gorgonzola
Versgeraspte nootmuskaat
Peper en zout
Pompoenpitolie

Bereidingswijze:
Verhit de olie en een soeppan en fruit de ui, samen met de knolselderij en pastinaak.
Voeg de bouillon toe, samen met laurier en rozemarijn en laat 15 minuten zacht koken, totdat de groenten gaar zijn. Verwijder de laurierblaadjes. Pureer de soep van het vuur met de staafmixer.
Voeg de slagroom en gorgonzola toe, en laat deze smelten in de soep. Pureer eventueel nogmaals met de staafmixer.Breng op smaak met nootmuskaat peper en zout. Voeg eventueel nog wat water/bouillon toe als je de soep te dik vindt.

Dien op en druppel wat pompoenpitolie over elk bord soep.

Auberginekroketten

Aubergine kroketten

Ik wil jullie graag kennis laten maken met twee van mijn nieuwe liefdes.

Al eerste Quinoa!
Quinoa heb ik ongeveer een jaar geleden ontdekt. Het is wordt vaak aangezien als graan, maar het is eigenlijk het zaad van een van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant, welke reeds 5.000 jaar geleden op extreme hoogtes in het Andesgebergte van Ecuador, Peru, Bolivia en Argentinië werd verbouwd door de roemruchte Inca’s. De naam ‘Quinoa’ komt uit het Quechua, de oorspronkelijke taal van de Inca’s, en betekent ‘Moedergraan’ of ‘Supergraan’. De Inca’s gebruikten de Quinoa zaden om te koken zoals rijst en beschouwden Quinoa als hun ‘heilige voeding’. Vandaag de dag behoort Quinoa tot de selecte categorie van ‘superfoods’ vanwege de uitzonderlijk hoge voedingswaarden. (Bron: www.Naturecrops.nl). Het bevat bovendien alle essentiële aminozuren. Dat zijn aminozuren die je lichaam nodig heeft, maar niet zelf kan aanmaken en dus uit voeding moet halen.

Quinoa is verkrijgbaar in biologische winkels, in de supermarkt en via diverse webshops. Naturecrops bijvoorbeeld, is een producent van de quinoa en heeft ook een eigen webshop. Hier zijn ook andere quinoaproducten te krijgen, zoals ook quinoavlokken, gepofte quinoa en zelfs quinoameel. En binnenkort zal er ook quinoapasta verkrijgbaar zijn bij Naturecrops. Bovendien hebben ze ook lekkere repen!

Ik eet Quinoa voornamelijk als ontbijt of als vervanger van rijst, maar het leent zich voor vele andere bereidingen. In dit recept heb ik gebruik gemaakt van de quinoavlokken en deze als vervanger voor paneermeel gebruikt.

Het is een recept uit één van mijn favoriete kookboeken “Plenty” van Yotam Ottolengi en Sami Tamimi, die andere nieuwe liefde. Deze grondleggers en topkoks van de beroemde Londonse restaurants hebben al meerdere kookboeken geschreven: “Ottolenghi, Het Kookboek”, “Plenty” en “Jeruzalem”. De basis voor hun recepten zit ongetwijfeld in hun afkomst: Yotam is een Joodse jongen uit Jeruzalem met Duitse en Italiaanse grootouders en Sami is een niet-religieuze Palestijnse jongen uit de Oude Stad van Jeruzalem. Ze zijn beide in 1968 geboren in Jeruzalem, Sami aan de Arabische oostkant en Yotam in de Joodse Westkant. Ze groeiden een paar kilometer van elkaar op in twee verschillende gemeenschappen. Na wat kleine omzwervingen van beiden, (ze verhuisden in dezelfde tijd naar Tel Aviv en beide in 1997 naar London), ontmoetten ze elkaar daar in 1999 voor het eerst.
Alleen al dit verhaal vind ik enorm boeiend en lijkt voor mij een basis voor het succes.
Zij beschrijven het zelf als volgt:
“Onze gerechten zijn een feest van sprekende kleuren en gulle gebaren. We worden gedreven door de ongegeneerde wens om eten en de kwaliteiten daarvan een eer te bewijzen, om weelde te etaleren op dezelfde manier als marktkooplieden dan doen en: alles laten zien wat je hebt en dat uit volle borst aanprijzen.”

Wat kan ik daar nog aan toe voegen?

Auberginekroketten

Voor 8 kroketten, als snack, of als lunch of voorgerecht voor 4 personen.
Ingrediënten:
2 middelgrote aubergines
120 gram bloemige aardappel, gekookt, gepeld en met een vork grof geprakt
½ scharrelei, losgeklopt
60 gr. feta, verkruimeld
10 gr. parmezaanse kaas, geraspt
Mespunt zout
Ca. 120 gram quinoavlokken
Zwarte peper

Zonnebloemolie, om in te bakken

Aubergine kroketten

Werkwijze:
Rooster de aubergines:
Bedek het gebied rond de gasbranders van je fornuis met aluminiumfolie.
Kerf de aubergines in, met een scherp mes. Dit is zeer belangrijk! Als je dit niet doet, bestaat er een kans, dat ze ontploffen en je je keuken kunt gaan schilderen…
Leg de aubergines direct boven een halfhoog brandende gasbrander en rooster ze 12-15 minuten. Keer ze regelmatig met een tang tot de schil zwart geblakerd is en het vruchtvlees zacht en rokerig is. Ze zakken in.
Let op, dat ze geen vlam vatten!

Indien je geen gasfornuis hebt, kerf je de aubergine ook hier weer rondom in met een scherp mes. Leg ze op een met aluminium beklede bakplaat en zet ze 1 uur in de oven, direct onder de grill. Keer ze een paar maal.

Laat ze afkoelen. Kerf de aubergines overlangs in en schep het vruchtvlees eruit. Neem niets mee van de zwarte schil. Doe het vruchtvlees in een vergiet en gooi de schil weg.
Laat het vruchtvlees minimaal 30 min uitlekken. Je hebt ongeveer 240 gram nodig.

Doe de aubergine in een grote schaal en voeg aardappel, ei, feta, parmezaan, zout en peper toe. Vermeng alles rustig met een vork. Het mengsel blijft vrij grof.
Voeg ca. 50 gram quinoavlokken toe. Het mengsel moet in model blijven, maar nog wat vochtig zijn.

Doe de overige quinoavlokken in een schaal of diep bord. Vorm van het mengsel 8 kroketten en wentel ze door de quinoavlokken. Laat ze minimaal 20 minuten opstijven in de koelkast.
Ik heb ze zelfs een nacht in de koeling gelaten en de volgende dag als lunch gegeten.

Giet in een pan een laag van 1,5 cm olie. Verhit de olie en bak de kroketten in kleine porties ca. 3 min tot ze rondom bruin zijn. De olie moet niet té heet zijn, dat de kroketten verbranden.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en serveer heet met aïoli en salade.

Aubergine kroketten

Bloemkool-Gorgonzola-crèmesoep

bloemkool gorgonzola soep

Ik koop al jaren zeer regelmatig het culinair magazine delicious. Nu heb ik mezelf eindelijk getrakteerd op een abonnement. Mijn eerste exemplaar als abonneehouder is meteen een geweldig exemplaar, want het staat vol van de potentiele kerstgerechten.

Een vaste receptenschrijver bij delicious. is Janneke Philippi. Ze heeft al een aantal koekboeken op haar naam staan en ik houd erg van haar bourgondische manier van koken en fotograferen . Dat laatste komt overigens voor rekening van haar man Serge. Misschien val ik voor haar stijl, omdat we in dezelfde provincie leven. Bovendien betrekt Janneke haar kinderen ook graag bij het koken en daar ben ik ook een grote voorstander van. Zeker nu mijn jongste toch wat selectief kan zijn qua eten. Maar vandaag was dat helemaal anders. Alexander, bijna 4 jaar, heeft zelf deze “witte” soep uitgekozen en zelfs 3 keer opgeschept! En trots dat hij was! En ik op hem ;-)

De soep staat als voorgerecht in delicious. genoemd, maar wij hebben m als een eenvoudige “het-is-vrijdag-het-weekend-is-begonnen-maaltijd” gegeten.

Tip van Janneke:
Je kunt de soep, als dat beter uitkomt in je feestdagen-planning, prima van tevoren maken. Rooster de sjalotten en maak de basissoep, tot deze is gepureerd. Verwarm de soep voor het serveren en voeg dan de slagroom en gorgonzola toe.

Bloemkool-Gorgonzola- Crèmesoep
Voor 4 personen:

Ingrediënten:
8 kleine sjalotten
3 el olijfolie
2 tenen knoflook, fijngesneden
1 kleine bloemkool (ca. 550 gr.), in roosjes
1 l groentebouillon (van tabletten)
100 ml slagroom
100 gr. gorgonzola piccante of dolce, in stukjes (ik heb dolce genomen, vanwege de kids)
2 tl. Verse tijmblaadjes (+ ik heb nog een extra takje toegevoegd om mee te laten koken met de bloemkool)

bloemkool gorgonzola soep

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 220 ºC. Halveer 6 sjalotten met schil in de lengte. Pel de schil voorzichtig van de sjalotten. Leg ze met het snijvlak naar boven in een ovenschaal. Besprenkel de sjalotten met 1 el olijfolie. Rooster ze in de voorverwarmde oven in 15 minuten goudbruin en zacht. Neem de schaal uit de oven en laat afkoelen.

Snijd de laatste 2 sjalotten fijn. Verhit in een soeppan 2 el olijfolie. Fruit de sjalotjes met de knoflook. Schep de bloemkool erdoor. Schenk de bouillon in de pan met eventueel het extra takje tijm en breng aan de kook. Kook de bloemkool in 15 minuten zachtjes gaar. Verwijder het takje tijm en pureer de soep van het vuur met de staafmixer. Roer er de slagroom en de gorgonzola door. Zet eventueel nog even de staafmixer erin, om de kaas goed te laten smelten in de soep. Breng op smaak met versgemalen zwarte peper.

Schep de soep in de borden. Leg de sjalotten in de soep en bestrooi met de tijmblaadjes. Ik heb er bovendien nog wat nootmuskaat boven geraspt.